Joseph Duret was geïnterneerd in een Jappenkamp van 4 april 1943 t/m 15 augustus 1945 in Tjimahi.
Hoogstwaarschijnlijk heeft hij in kamp 'Baros 5' gezeten. Al is het ook mogelijk dat hij in kamp '4de+9de Bat.' heeft gezeten gezien de overlappende datums.

De periode van 17 oktober 1945 tot 8 oktober 1946 heeft Joseph doorgebracht in Republikeinse interneringskampen in Djember.
Als eerste werd hij geplaatst in kamp 'Nanasan'. In december werd hij overgeplaatst naar kamp 'Mangissan' waar hij verbleef tot mei 1946. In deze maand werden alle mannen van het kamp overgeplaatst naar kamp 'Bataän'. Hier heeft hij gezeten tot zijn vrijlating op 8 oktober.





BAROS 5

Plattegrond

Kampgeld

Andere naam: Kampement 6de Depot Bataljon Inheemse Militie, Bamboekamp, Prominentenkamp, Bunsho II Kamp 5, Baros III (Van Velden)

Geïnterneerden: mannen; jongens

Aantal geïnterneerden: 3.065

Informatie: Vanaf oktober 1943 fungeerde het kampement van het 6de Depot Bataljon Inheemse Militie als interneringskamp voor mannen en jongens. Zij waren ondergebracht in barakken, die met prikkeldraad en gedek omheind waren. In oktober 1944 werd de barak-indeling gewijzigd in verband met de komst van de zogenaamde 'prominenten'. Barak 1 herbergde tot dan NSB'ers, daarna de jongens van 18 jaar en ouder. De jongens tot 18 jaar verhuisden van de barakken 21 en 22 naar barak 4. In de toneelbarak, barak 18, werden rooms-katholieke geestelijken ondergebracht - de barak kreeg de bijnaam 'Vaticaanstad'. Barak 13, bijgenaamd 'Tel Aviv', bleef het onderkomen van joden en vrijmetselaars. De barakken 23, 24 en 25 bleven ziekenbarakken. De 'prominenten' - hoge ambtenaren van het Binnenlands Bestuur, (hoog)leraren, zendelingen, predikanten, hoge politiefunctionarissen en leidende figuren uit het vooroorlogse bedrijfsleven - vormden ongeveer de helft van de kampbevolking. Zij werden, met vrijmetselaars en joden, door de Japanners betiteld als 'djahats' (slechte elementen, misdadigers). Ze waren verplicht een rood driehoekje naast hun kampnummer te dragen en mochten geen corveediensten buiten het kamp verrichten.

Commandant: lt. Kurashima Tomiji; kpt. Takagi Seigo; kpt. Kasahara Gengo
Hoofdbewakers: Aoki; Araki; Kazuyama; Higashihara; Kiyohara
Bewaking: Japanse militairen; Koreanen; heiho's
Kampleiding: J. Bos
Literatuur: Liesker, H.A.M. e.a., Je denk, ken niet, maar kèn!! (Waddinxveen 1997)
Liesker, H.A.M. e.a., 2603-1945, jongens in de mannenkampen te Tjimahi, Baros 5 en 4e/9e Bat. (Waddinxveen 1993)
Brugmans, I.J., Gevangen op Java. Dagboek uit een Jappenkamp, 1942-1945 (Zutphen 2004)
Ee, M. van (red.), Boys Town. Het ontstaan van Boys Town, barak 20 in het burgermannenkamp Baros 5 in Tjimahi, de periode okt.'43-okt.'44 en wat er daarna gebeurde. Een terugblik van een aantal onder ons op hun ervaring van toen (Soest 2002)



KAMPEMENT 4de + 9de BAT. INFANTERIE

Regio: West-Java

Ligging: Tjimahi ligt in West-Java, ten noordwesten van Bandoeng. Het kampement van het 4de en 9de Bataljon lag ten noorden van de spoorlijn die Tjimahi doorsneed, tussen Gedong Delapan (noordwesten), Bataljonsweg (noordoosten), Kampementsweg (zuidoosten) en Stationsweg (zuidwesten).

Geïnterneerden: krijgsgevangenen

Aantal geïnterneerden: 10.600

Informatie: Vanaf april 1942 fungeerden de barakken en (onder)officierswoningen in het grote kampement van de twee garnizoensbataljons in Tjimahi als onderkomen voor Britse, Australische, Nederlandse, Indo-Europese, Molukse en Menadonese krijgsgevangenen. Het kampterrein had een oppervlakte van ongeveer 2.000 vierkante meter. Het kampement was berekend op de legering van ten hoogste 2.500 man, maar in de barakken werden veel meer krijgsgevangenen ondergebracht. Het kampement was omheind met prikkeldraad. Op 5 mei werden in het kamp zeven Ambonese en Menadonese krijgsgevangenen geëxecuteerd, omdat zij 's avonds het kamp uitgeglipt en de volgende ochtend teruggekeerd waren. Zij werden op het kampterrein begraven. Eind januari 1944 werden de laatste krijgsgevangenen overgebracht naar het 10de Bat. in Batavia, waarna in het kampement geïnterneerde mannen en oudere jongens werden ondergebracht.

Commandant: kpt. Suzuki Susumu; kpt. Yamaguchi Kozo; kpt. Kasahara Gengo
Bewaking: Japanse militairen; Koreanen; heiho's
Kampleiding: maj. J.W.G.A. Hoedt
Literatuur: Veenstra, J.H.W. e.a., Als krijgsgevangene naar de Molukken en Flores. Relaas van een Japans transport van Nederlandse en Engelse militairen 1943-1945 ('s-Gravenhage 1982)
Jacobs, L., Executie van een dwangarbeid: krijgsgevangen op de Zuid-Molukken en Flores 1976)
Liesker, H.A.M. e.a., Je denk, ken niet, maar kèn!! (Waddinxveen 1997)
Heijmans-van Bruggen, M.P. (red.), De Japanse bezetting in dagboeken: kamp Tjimahi 4 (Amsterdam 2002)


Het is mogelijk dat Joseph Duret gedurende deze tijd 'uitgezonden' werd naar een werkboerderij in de buurt.

Naam Boerderij: Zonnehoeve

Plaats: Tjimindi

Informatie: Op de boerderij Zonnehoeve bij Tjimindi (3km van Tjimahi) werden aanvankelijk krijgsgevangenen, later mannen en jongens tewerkgesteld. Zij gingen in corveeploegen uit de grote kampen naar de boerderij, waar groenten werden verbouwd en vee werd gehouden. Op de boerderij was een kleine vaste bemanning gedetacheerd.



Nederlandse krijgsgevangenen aan het werk. Foto uit januari 1944, vermoedelijk gemaakt te Leuwigadjah of Tjimindi

Literatuur: Liesker, H.A.M. e.a., Je denk, ken niet, maar kèn!! (Waddinxveen 1997)
Brugmans, I.J., Gevangen op Java. Dagboek uit een Jappenkamp, 1942-1945 (Zutphen 2004)
Heijmans-van Bruggen, M.P. (red.), De Japanse bezetting in dagboeken: kamp Tjimahi 4 (Amsterdam 2002)
Ee, M. van (red.), Boys Town. Het ontstaan van Boys Town, barak 20 in het burgermannenkamp Baros 5 in Tjimahi, de periode okt.'43-okt.'44 en wat er daarna gebeurde. Een terugblik van een aantal onder ons op hun ervaring van toen (Soest 2002)


NANASAN
Plaats: Djember

Regio: Oost-Java

Ligging: Djember ligt ten zuiden van Malang (Oost-Java). De autowerkplaats van de familie Macaré lag in het centrum van de stad.

Geïnterneerden: mannen

Aantal geïnterneerden: 300

Informatie: Op 15 oktober 1945 werden mannen en oudere jongens uit Djember en omgeving opgesloten in een autowerkplaats in het centrum van de stad. Onder hen bevonden zich ongeveer 10 mannen die eerder in Japanse kampen geïnterneerd waren geweest (APWI). De mannen en jongens sliepen op stapelbedden van bamboe. Het eten was vies: soep in houten tonnen en rijst (beras menir). Er was stromend water. In december werd een groep jongens en mannen naar kamp Mangissan overgebracht.


MANGISSAN

Plaats: Djember

Regio: Oost-Java

Ligging: Djember ligt ten zuiden van Malang (Oost-Java). Mangissan lag ongeveer 30 kilometer ten westen van Djember.

Geïnterneerden: mannen

Aantal geïnterneerden: 55

Informatie: In december 1945 werden in enkele gebouwen op de tabaksonderneming Mangissan jongens en mannen ondergebracht die eerder in kamp Nanasan in Djember geïnterneerd waren geweest. De ongeveer 45 Indo-Europeanen onder hen werden ondergebracht in een loods, de ongeveer 10 APWI - mannen en jongens die eerder in Japanse kampen geïnterneerd waren geweest - in het hoofdgebouw. Het eten kwam uit een centrale keuken. In mei 1946 werd de gehele groep mannen en jongens overgebracht naar kamp Bataän in Djember.

Kampleiding: D. (Dolf) Kroh



BATAÄN

Plaats: Djember

Regio: Oost-Java

Ligging: Djember ligt ten zuiden van Malang (Oost-Java). Bataan lag ongeveer 15 kilometer ten noordoosten van Djember.

Geïnterneerden: mannen

Aantal geïnterneerden: 302

Aantal doden: 1

Informatie: De gebouwen van de Cultuurmaatschappij Djelboek Tabak bij Bataän fungeerden vanaf mei 1946 als republikeins kamp voor mannen en oudere jongens. Meubilair en elektrisch licht waren er niet, klamboes en baleh-baleh nauwelijks. De meeste mannen en jongens sliepen op de grond. Uit een gaarkeuken ontving men per persoon per dag 200 gram rijst, 140 gram groente, 30 gram sojabonen en 25 gram suiker. Water en toiletten waren er onvoldoende. Men kon baden bij een put en buiten waren boven een riviertje latrines gemaakt. Het kamp werd niet door een dokter bezocht, maar er waren medicijnen en onder de geïnterneerden was een verpleger. Zieken werden opgenomen in een ziekenboeg, ernstig zieken werden naar het ziekenhuis in Djember gebracht. Een sportveld, een rekstok en ringen boden mogelijkheden voor ontspanning. Men mocht brieven schrijven naar familie in kamp Kotok. Soms werd 's nachts een heimelijke toch naar kamp Kotok ondernomen. Op 9 september werd het kamp door een vertegenwoordiger van het Rode Kruis bezocht. Op dat moment was al een groep mannen en jongens geëvacueerd naar Semarang, tussen oktober en december volgden evacuaties naar Batavia.

Kampleiding: J.D. Belle




Informatie van www.indischekamparchieven.nl